Rondreis door IJsland: van watervallen tot gletsjers
Sommige bestemmingen zijn vanaf het eerste moment anders dan alles wat je kent. IJsland was voor mij zo’n bestemming. Tijdens deze rondreis door IJsland reed ik ruim 2.300 kilometer langs watervallen, zwarte stranden, gletsjers, vulkanische landschappen en kleine kustplaatsen. En juist het onderweg zijn maakte deze reis zo bijzonder. Achter iedere bocht leek het landschap weer compleet te veranderen.
De eerste kennismaking met IJsland
Na de vlucht van Amsterdam naar Keflavík begon de reis rustig met een overnachting in de buurt van de luchthaven. De volgende ochtend haalde ik de huurauto op en kon de rondreis echt beginnen.
De eerste route liep over het schiereiland Reykjanes. Hier zie je direct hoe sterk vulkanische activiteit het landschap heeft gevormd. Op verschillende plekken zijn lavavelden zichtbaar die doen denken aan een gestolde lava flow. Ook geothermal activity speelt hier een grote rol. Stoom die uit de aarde opstijgt en donkere lavavelden maken meteen duidelijk dat je op een vulkanisch eiland bent aangekomen.
Veel van deze landschappen zijn miljoenen jaar geleden ontstaan en veranderen nog altijd. Onderweg passeerde ik Grindavík en reed ik verder richting de Golden Circle.
De Golden Circle
De Golden Circle is niet voor niets een van de bekendste routes van IJsland. Hier liggen verschillende bekende natuurverschijnselen relatief dicht bij elkaar.
Bij Geysir zag ik hoe heet water vanuit de aarde omhoog spuit. De Strokkur-geiser bereikt daarbij regelmatig een hoogte van ongeveer 20 meter. Even verderop ligt Gullfoss, waar enorme hoeveelheden water in verschillende niveaus naar beneden storten.
Ook Þingvellir stond op de route. Dit nationaal park is zowel historisch als geologisch bijzonder. Hier komen de Noord-Amerikaanse en Euraziatische tektonische platen bij elkaar. Het gebied is beschermd en vormt een belangrijke conservation area voor de bijzondere natuur en geschiedenis van IJsland.
Daarna reed ik verder naar Kerið. Deze vulkanische krater heeft steile wanden en een ongeveer tientallen meter diepe krater waarin een opvallend blauwgroen meer ligt.
Langs het zuiden van IJsland
Vanuit de Golden Circle ging mijn route verder naar het zuidkust van IJsland. Hier liggen twee van de bekendste watervallen van het land: Seljalandsfoss en Skógafoss.
Bij Seljalandsfoss kun je achter het vallende water langs lopen. Skógafoss is weer totaal anders: breed, krachtig en van dichtbij behoorlijk indrukwekkend. Dit zijn van die plekken die je vaak op foto’s van IJsland ziet, maar die in het echt toch meer indruk maken.
Daarna vervolgde ik mijn weg richting Vík. Hier wordt het landschap steeds ruiger. Bergen, kliffen en de Atlantische Oceaan komen samen bij het beroemde zwarte strand Reynisfjara. De donkere kleur van het zand is ontstaan door vulkanisch gesteente en vormt een groot contrast met de witte golven van de oceaan.
Juist aan deze kant van het eiland zie je veel van de prachtige natuurlijke landschappen waar IJsland zo bekend om staat.
Wandelen naar een gletsjer
De volgende dag stond Skaftafell op het programma. Dit gebied maakt deel uit van Vatnajökull National Park en is een goede plek om de auto even te laten staan en te voet verder te gaan.
Ik wandelde richting de Skaftafellsjökull. Van een afstand is een gletsjer al indrukwekkend, maar wanneer je dichterbij komt, besef je pas hoe groot zo’n ijsmassa is. Het ijs, de bergen en het donkere vulkanische landschap vormen samen een bijzonder decor.
Skaftafell laat goed zien waarom natuur zo’n belangrijk onderdeel is van een reis door IJsland. Je vindt hier wandelroutes van verschillende lengtes en kunt zelf bepalen hoeveel tijd je in het gebied wilt doorbrengen.
Jökulsárlón en Diamond Beach
Een van de plekken waar ik vooraf het meest naar uitkeek, was Jökulsárlón. Dit gletsjermeer ligt aan de rand van de enorme Vatnajökull-gletsjer.
In het water drijven grote stukken ijs die langzaam richting zee bewegen. Tijdens een amfibieboottocht vaar je tussen de ijsbergen door en krijg je pas echt een idee van de omvang van het landschap.
Aan de andere kant van de weg ligt Diamond Beach. Hier spoelen stukken ijs vanuit Jökulsárlón aan op het zwarte zand. Sommige ijsblokken zijn klein en bijna volledig doorzichtig, terwijl andere nog behoorlijk groot zijn. Het ijs glinstert in het daglicht en dat verklaart direct waar de naam Diamond Beach vandaan komt.
Deze combinatie van gletsjer, lagune en strand vond ik een van de mooiste plekken van de hele reis.
Naar het oosten van IJsland
Vanaf de zuidkust reed ik verder richting Egilsstaðir. Met ongeveer 400 kilometer was dit een van de langere reisdagen, maar tijdens een rondreis door IJsland is autorijden onderdeel van de ervaring.
Je volgt voor een groot deel de beroemde Ring Road, de weg die vrijwel helemaal rond IJsland loopt. Langs deze route kom je door verschillende landschappen en regio’s.
Rond Egilsstaðir bezocht ik het Lagarfljót-meer en Hengifoss. Vooral de wandeling naar Hengifoss is de moeite waard. De waterval stroomt langs een hoge rotswand waarin verschillende gekleurde aardlagen zichtbaar zijn.
Wie online zoekt naar lakes in Iceland komt al snel meerdere bijzondere meren tegen. Lagarfljót is daar één van, maar later tijdens de reis zou vooral Mývatn veel indruk maken.
Papegaaiduikers en warme baden
De route ging verder richting Bakkagerði. Deze kleine plaats in Oost-IJsland staat bekend als een goede plek om papegaaiduikers te zien. Het was leuk om na alle watervallen, gletsjers en kilometers in de auto ineens tijd te nemen voor de dieren die hier leven.
Daarna reed ik verder richting Mývatn. Na een lange reisdag was het heerlijk om op te warmen in een van de geothermische baden. Warme buitenbaden zijn sowieso een belangrijk onderdeel van reizen door IJsland. Bekende voorbeelden zijn de Blue Lagoon bij Keflavík en de Nature Baths rond Mývatn.
De Blue Lagoon is waarschijnlijk de bekendste, maar juist de rustigere baden buiten de hoofdstad vond ik goed passen bij deze rondreis.
Lake Mývatn en Noord-IJsland
De omgeving van Lake Mývatn is misschien wel een van de meest afwisselende regio’s tijdens mijn reis. Het meer ligt in Noord-IJsland, een deel van het land waar het weer en landschap weer totaal anders aanvoelen dan aan de zuidkust.
Lake Myvatn wordt omringd door vulkanische landschappen, kraters, lavavelden en geothermische gebieden. Rond Lake Mývatn zijn daardoor ontzettend veel verschillende plekken te ontdekken.
Tijdens de Diamond Circle bezocht ik onder andere Hljóðaklettar, Dettifoss en Húsavík. Vooral Dettifoss maakte indruk door de enorme kracht van het water. Je hoort de waterval al voordat je hem goed ziet.
Rond het meer wandelde ik ook bij Dimmuborgir, waar grillige lavarotsen opvallende formaties hebben gevormd. Bij Skútustaðagígar liggen pseudokraters die zijn ontstaan door de interactie tussen hete lava en water.
Dit deel van Noord IJsland voelde soms bijna buitenaards. Het ene moment wandel je door donkere lavavelden, een paar kilometer verder zie je weer groen landschap en water.
Via Goðafoss naar Akureyri
Vanuit Mývatn vervolgde ik de route richting Akureyri. Onderweg stopte ik bij Goðafoss, oftewel de waterval van de goden. Het water stroomt hier in een brede boog naar beneden en vanaf verschillende uitzichtpunten kun je de waterval goed bekijken.
Daarna was het tijd voor Akureyri. Na dagen vol natuur was het leuk om weer even door een stad te wandelen, een terras op te zoeken en rustig rond te kijken.
Hoewel IJsland vooral bekendstaat als natuurbestemming, vond ik juist die afwisseling prettig. Even geen wandelschoenen of lange autorit, maar gewoon door het centrum lopen en ergens iets eten.
Afsluiten in Reykjavík
Na bijna een volledige ronde over de Ring Road kwam ik uiteindelijk aan in Reykjavík. De laatste dagen waren bewust wat rustiger gepland.
Ik wandelde door het centrum, bezocht de Hallgrímskirkja en liep langs Laugavegur. Ook Harpa, het opvallende concertgebouw aan het water, is leuk om even binnen te lopen.
Voor een laatste blik op alle natuur die ik onderweg had gezien, bezocht ik Perlan. Hier leer je meer over vulkanen, gletsjers en de geologie van het eiland.
IJsland door het hele jaar ontdekken
IJsland is een bestemming die je eigenlijk het hele jaar kunt bezoeken. Iedere periode heeft een eigen karakter. In de zomer zijn de dagen lang en kun je veel natuurgebieden gemakkelijk bereiken. In de winter zijn de dagen korter, maar heb je juist kans op sneeuw en het noorderlicht.
Ook de Ring Road is gedurende een groot deel van het jaar te rijden, al kunnen weersomstandigheden in de winter ervoor zorgen dat bepaalde routes tijdelijk minder goed bereikbaar zijn.
Juist doordat het landschap per seizoen verandert, zou ik hier best nog eens terug willen komen.
Een rondreis die blijft verrassen
Wat mij vooral is bijgebleven van IJsland, is hoe snel het landschap verandert. Het ene moment rijd je langs een groene vallei, even later sta je bij een gletsjer, een zwart strand of midden in een vulkanisch landschap.
Juist daarom vond ik een rondreis met een huurauto zo’n fijne manier om het land te ontdekken. Je kunt stoppen wanneer je wilt en ziet onderweg veel meer dan alleen de bekendste bezienswaardigheden.
Na ruim 2.300 kilometer zat de reis erop. Van de Golden Circle en Diamond Beach tot Lake Mývatn, de ruige landschappen van Noord-IJsland en de bekende Blue Lagoon: IJsland wist me iedere dag weer iets anders te laten zien. En dat is precies waarom ik er graag nog eens terug zou gaan.